Schokkende peiling: grote partij zwaar afgestraft door kiezers!
Maurice de Hond heeft zijn eerste zetelpeiling na de Tweede Kamerverkiezingen gepubliceerd. De uitkomst: D66 blijft het momentum vasthouden en is nu duidelijk de grootste partij in de peilingen. Opvallend is ook de stijging van Forum voor Democratie, dat uitkomt op 9 zetels. Grote aardverschuivingen blijven echter uit; de verschuivingen zijn beperkt en laten vooral een gepolariseerd electoraat zien.
D66 groeit door na verkiezingswinst
D66 profiteert van de aandacht na de overwinning bij de verkiezingen en stijgt naar 28 zetels. Dat zijn er twee meer dan de partij in de stembus uitslag behaalde. Deze winst lijkt ten koste te gaan van GroenLinks-PvdA, dat in deze peiling op 18 zetels uitkomt. Voor de nieuwe fractievoorzitter Jesse Klaver ligt er daarmee meteen een stevige opdracht om de fusiepartij weer in de lift te krijgen. De campagne-energie van D66 werkt dus nog door, terwijl GroenLinks-PvdA de eindsprint van de verkiezingsperiode niet direct weet vast te houden in de eerste meting daarna.
PVV levert in, FVD klimt naar negen zetels
De PVV van Geert Wilders levert in en komt uit op 24 zetels, tegenover 26 bij de verkiezingen. De partij blijft groot, maar verliest een deel van het momentum. Forum voor Democratie profiteert juist en stijgt naar 9 zetels, een plus van twee ten opzichte van de verkiezingsuitslag. De partij liet op zondagochtend via sociale media weten blij te zijn met de toename en benadrukte dat de boodschap van verandering ook na de verkiezingen blijft resoneren. Daarmee schuift FVD in de peiling iets nadrukkelijker het middenveld in, waar het om de strijd om de rechterflank meer spelers dicht bij elkaar staan.
Kleine verschuivingen bij overige partijen
JA21 kruipt licht omhoog en gaat van 9 naar 10 zetels. BoerBurgerBeweging zakt juist een zetel en staat nu op 3. Het beeld is daarmee gematigd: er is beweging, maar die is niet zo fors als vaak direct na verkiezingen. Veel kiezers lijken hun keuze voorlopig vast te houden, terwijl een kleinere groep verschuift tussen partijen met verwante profielen.
Jetten als premier krijgt voorlopig draagvlak
Op de vraag hoe Nederlanders aankijken tegen Rob Jetten als nieuwe premier, reageert een meerderheid positief. 57 procent is voor, 37 procent staat negatief tegenover zijn premierschap. Dat beeld verschilt sterk per politieke kleur. Voters rechts van de VVD zijn in meerderheid afwijzend. Onder VVD-stemmers is het oordeel juist overwegend positief: 56 procent staat open voor Jetten als regeringsleider. Bij PVV-kiezers is de steun zeer beperkt; slechts 6 procent is positief. Het laat zien hoe de persoon van de mogelijke premier en de partijvoorkeur rond coalities nauw met elkaar samenhangen.
Kiezers verdeeld over coalitiekoers
Wanneer kiezers moeten kiezen tussen twee richtingen — een centrumrechtse coalitie of een middenvariant — gaat de voorkeur bij 47 procent uit naar centrumrechts. 34 procent kiest voor een middencoalitie. Ook hier zijn de tegenstellingen per achterban helder. De achterbannen van VVD, JA21, BBB en SGP geven duidelijk de voorkeur aan een centrumrechtse combinatie. Onder kiezers van GroenLinks-PvdA, SP, Partij voor de Dieren, ChristenUnie en D66 is juist een middencoalitie populairder.
De aanhang van PVV en FVD is verdeeld. Ongeveer de helft ziet een centrumrechtse samenwerking zitten, terwijl de rest geen van beide opties aantrekkelijk vindt. CDA-kiezers zitten bijna precies op het breekpunt: zij zijn zo goed als in tweeën gesplitst, met 49 procent tegenover 48 procent. Dat maakt het voor vormateurs lastig om een combinatie te vinden die niet alleen in zetels klopt, maar ook op draagvlak buiten het Binnenhof kan rekenen.
Beperkt draagvlak voor GroenLinks-PvdA in de regering
Een deelname van GroenLinks-PvdA aan de regering roept bij 58 procent van de Nederlanders negatieve gevoelens op. Onder VVD-stemmers is dat sentiment zelfs overweldigend: 95 procent beoordeelt die optie ongunstig. Een centrumrechtse coalitie ligt in het land iets minder gevoelig, maar ook die variant heeft geen breed draagvlak. In totaal 49 procent beoordeelt een centrumrechts kabinet negatief. Bij D66-stemmers ligt de afwijzing van die optie relatief hoog, op 62 procent. Het onderstreept dat geen enkele richting op voorhand op warme steun kan rekenen in brede lagen van de samenleving.
Verwachting dat partijen uit hun comfortzone stappen
Opvallend is dat veel kiezers vinden dat partijen bereid moeten zijn over hun eigen schaduw heen te stappen. Zo meent 45 procent van alle kiezers dat de VVD mag aanschuiven in een middencoalitie, ook al is binnen de VVD-achterban slechts 11 procent het daarmee eens. Omgekeerd vindt 62 procent van alle kiezers dat D66 zou moeten meedoen in een centrumrechtse coalitie, terwijl binnen de eigen achterban de steun daarvoor op 43 procent ligt. Dat verschil tussen het algemene beeld en de voorkeur binnen partijen maakt coalitievorming extra ingewikkeld: wat nationaal verstandig lijkt, is niet altijd wat de eigen kiezers willen.
Over mogelijke deelname van de PVV aan de regering is 38 procent van alle kiezers positief. Die steun komt vooral van kiezers rechts van de VVD. Binnen de VVD-achterban is 27 procent voor toetreding van de PVV tot de coalitie. Ook dit onderwerp ligt dus gevoelig, en de verschillen per achterban zijn groot.
Wat betekent dit voor de formatie?
De peiling schetst een politiek landschap waarin de verhoudingen nog steeds aan het schuiven zijn, maar zonder dat er een duidelijke coalitiekoers met breed draagvlak opdoemt. D66 staat er sterk voor en Jetten kan op een redelijke mate van vertrouwen rekenen, maar de gewenste coalitie van veel D66-stemmers botst met de voorkeuren van stemmers aan de rechterflank. Tegelijkertijd kan een centrumrechts kabinet rekenen op steun bij een deel van de kiezers, maar stuit het op stevige weerstand bij progressieve achterbannen.
Vooral voor VVD en D66 lijkt de puzzel ingewikkeld. Beide partijen hebben een centrale rol in vrijwel elke denkbare combinatie, maar beide kampen ook met een achterban die veel waarde hecht aan de eigen voorkeursrichting. Zelfs als partijen erin slagen om een regeerakkoord te smeden, is het de vraag of er buiten Den Haag voldoende draagvlak bestaat om het vertrouwen in een nieuw kabinet vast te houden.
Conclusie
De eerste peiling na de stembusgang laat beperkte verschuivingen zien, met D66 als duidelijke winnaar en FVD als opvallende stijger. Tegelijk blijft het electoraat zichtbaar gepolariseerd. Jetten krijgt als mogelijke premier een ruime voldoende, maar over de koers van een nieuwe coalitie lopen de voorkeuren sterk uiteen. Het signaal uit de cijfers is helder: wie wil regeren, zal bruggen moeten slaan en kiezers moeten meenemen buiten de eigen comfortzone. Lukt dat niet, dan is de kans groot dat een nieuw kabinet al vroeg met een wankel vertrouwen te maken krijgt. De formatie belooft daarmee een taaie, politieke knoop te worden die niet alleen met zetels, maar vooral met draagvlak moet worden doorgehakt.




