Faber vs DENK loopt uit de hand: voorzitter grijpt in na beschuldigingen
In een fel betoog tijdens het debat over de begroting Justitie en Veiligheid heeft een Kamerlid scherpe kritiek geuit op uitspraken van PVV’er Marjolein Faber over Marokkaanse Nederlanders en andere Nederlanders met een migratieachtergrond. De spreker zei “met walging” te hebben gekeken naar wat hij een tirade noemde die “hele bevolkingsgroepen wegzet als probleem op basis van afkomst”.
Volgens hem ging het om collectieve verdachtmaking, waarbij Faber termen zou hebben gebruikt als “allochtoon tuig”, “Marokkaans tuig” en verwijzingen naar een “cultuurstrijd”. Het Kamerlid stelde dat dergelijke framing niet alleen onjuist is, maar ook schadelijk voor de veiligheid en de maatschappelijke verhoudingen.
“Criminaliteit hangt samen met sociaaleconomische factoren, niet met etniciteit”
De spreker wees erop dat er volgens hem binnen de criminologie al decennialang brede consensus bestaat over de factoren achter criminaliteit en ordeverstorend gedrag. Die zouden vooral samenhangen met zaken als sociaaleconomische omstandigheden, leeftijd, groepsdynamiek en gelegenheid, en niet met afkomst of etniciteit.
Hij verwees daarbij naar instanties en bronnen die dat volgens hem onderschrijven, waaronder WODC, CBS, de politie en wetenschappers. Daarmee wilde hij duidelijk maken dat het niet slechts een politieke mening is, maar volgens hem aansluit bij breed gedragen kennis uit onderzoek en praktijk.
“De meeste mensen vieren oud en nieuw thuis — en werken juist voor de samenleving”
Het Kamerlid benadrukte dat Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond in grote meerderheid “gewoon thuis” oud en nieuw vieren, en dat velen juist actief bijdragen aan de maatschappij — bijvoorbeeld in de zorg, bij de politie, de brandweer en het onderwijs.
Volgens hem zijn zij niet de daders waarover in generaliserende termen wordt gesproken, maar juist ook regelmatig slachtoffers van geweld en stigmatisering. Hij waarschuwde dat dit soort uitspraken groepen tegen elkaar opzet en het vertrouwen in overheid en instituties aantast.
“Selectieve verontwaardiging: stil bij bedreigingen tegen bestuurders en agenten”
De spreker stelde daarnaast dat de PVV volgens hem met twee maten meet. Hij noemde als voorbeeld dat voorstellen als denaturalisatie selectief zouden worden ingezet: wanneer er bedreigingen plaatsvinden richting politieagenten, raadsleden of burgemeesters bij demonstraties rond asielzoekerscentra, zou het volgens hem “opvallend stil” blijven aan de kant van Faber.
In die situaties, zei hij, hoort men volgens hem geen taal over “tuig”, geen oproepen tot “keihard optreden”, geen praat over inzet van leger of het afnemen van rechten. Tegelijkertijd, voegde hij toe, zou de PVV juist wél snel aanwezig zijn om op zulke plekken campagne te voeren.
Persoonlijke noot: “Ik ben een Marokkaanse Nederlander — en dit doet pijn”
Het betoog kreeg een persoonlijke lading toen de spreker zichzelf identificeerde als Marokkaanse Nederlander. Hij zei dat hij en zijn familie zich verantwoordelijk voelen voor dit land en bijdragen aan de samenleving, en dat het hem raakt om desondanks te worden neergezet als onderdeel van een “vijandige cultuur”.
“Dat doet pijn,” zei hij. Volgens hem is het niet “stoer” of “grappig”, maar werkt het juist ondermijnend: wie blijft herhalen dat afkomst het probleem is, vergroot wantrouwen richting overheid, zet groepen tegenover elkaar en verzwakt uiteindelijk ook het gezag van politie en bestuur.
Zijn conclusie: Nederland heeft geen behoefte aan een “cultuurstrijd”, maar aan gelijke maatstaven en consequente handhaving.
Voorzitter grijpt in na klacht over kwalificaties en aanspreekvorm
Na het betoog ontstond een kort procedureel moment in de zaal. De voorzitter kondigde aan dat er een interruptie zou komen, maar een collega gaf aan geen inhoudelijke interruptie te hebben — wel een vraag aan de voorzitter.
Die collega zei moeite te hebben met het gebruik van termen als “rechtsextremistisch” en vond het “ingewikkeld” dat in bijdragen herhaaldelijk een collega bij naam wordt genoemd. Volgens hem is het gebruikelijker om te spreken over “de PVV-fractie” of “de woordvoerder van de PVV-fractie”, zeker wanneer iemand niet direct kan reageren.
De voorzitter reageerde daarop door te zeggen dat zij in dit geval niet had ingegrepen omdat mevrouw Faber aanwezig is en dus zelf de mogelijkheid heeft om te reageren als zij dat wil. De voorzitter gaf aan dat zij haar dan ook alle ruimte zou geven.
Tegelijk riep de voorzitter op om het debat bij de inhoud te houden en te voorkomen dat Kamerleden elkaar “uitmaken voor allerlei kwalificaties” zoals “rechts-extremisme”, verwijzend naar eerdere afspraken in de Kamer om dat soort etiketten te vermijden.
Daarna vroeg de voorzitter of de spreker aan het einde van zijn bijdrage was gekomen. Toen dat werd bevestigd, bedankte zij hem en gaf zij het woord aan het volgende Kamerlid voor diens inbreng namens de SGP.




