Faber gooit de knuppel in het asielhok: ‘Dit zijn de feiten’—felle rel barst los

In de Tweede Kamer heeft een Kamerlid stevige kritiek geuit op het politiebeleid rond diversiteit, inclusie en religie. Volgens de spreker werkt het huidige beleid ongewenst gedrag in de hand en draagt het bij aan verdeeldheid. Zij vroeg de minister om uitleg over onder meer gebedsruimtes op politiebureaus, de effecten van diversiteitsdoelstellingen en de toekomst van basisteams na 2026.

Beelden op sociale media en gebedsruimtes op bureaus

De spreker verwees naar beelden op sociale media waarop agenten in uniform te zien zouden zijn die geen Nederlands spreken, en naar situaties waarin agenten knielend in een moskee verschijnen. Volgens haar staat dat in schril contrast met eerdere tijden, waarin politiemensen volgens haar werden aangesproken op privé politieke uitingen, zoals het ophangen van een politieke poster achter het raam.

Tegen die achtergrond zette zij vraagtekens bij de aanwezigheid van gebedsruimtes op politiebureaus. In haar ogen wekt dit de indruk dat religieuze betrokkenheid binnen de organisatie wordt gestimuleerd. Ze noemde dat onbegrijpelijk en vroeg de minister om een reactie op het nut en de noodzaak van dergelijke voorzieningen.

Diversiteitsdoel van 35 procent en uitstroom binnen drie jaar

Vervolgens richtte de spreker zich op het diversiteitsbeleid van de politie. Volgens haar begint dit al bij de werving, met een doelstelling om richting 35 procent diversiteit te bewegen. Tegelijk haalde zij een WODC-onderzoek aan waaruit zou blijken dat veel recruten binnen drie jaar na het afronden van de basisopleiding vertrekken.

Volgens de spreker is daarbij opvallend dat een onevenredig groot deel van de uitstromers een migratieachtergrond heeft. In rapporten wordt dit volgens haar verklaard doordat deze groep zich onvoldoende herkent en erkend voelt binnen de politieorganisatie. Die conclusie wees zij van de hand: volgens haar wordt er al veel gedaan om mensen met een diverse achtergrond zich thuis te laten voelen, terwijl het effect uitblijft.

“Selecteer op competentie, niet op afkomst”

De spreker concludeerde dat het huidige beleid volgens haar neerkomt op “pappen en nathouden” en onvoldoende werkt. Zij pleitte ervoor dat de politie weer nadrukkelijker moet selecteren op competentie in plaats van afkomst. Iedereen is immers gelijk voor de wet, stelde zij.

Ook vroeg zij de minister om een reactie op signalen uit het veld dat onderzoeken naar inclusie en diversiteit mogelijk niet openbaar worden gemaakt. Als de politie transparantie nastreeft, wilde zij weten waarom zulke onderzoeken dan gevoelig zouden liggen.

Onzekerheid over basisteams na 2026

Daarnaast sprak het Kamerlid haar zorgen uit over de basisteams binnen de politie, die volgens haar een cruciale brug vormen tussen de politie en de burger. Zij verwees naar de toezegging dat bezuinigingen in 2026 de basisteams buiten schot zouden laten, maar vroeg hoe het zit met de jaren daarna. Volgens haar ontbreekt duidelijkheid over de lange termijn.

Slot: normvervaging en oproep tot koerswijziging

In haar afronding plaatste de spreker haar kritiek in een breder maatschappelijk beeld. Zij stelde dat Nederland te maken heeft met een gezags- en normcrisis, waaraan volgens haar jarenlang beleid en het denken rond de multiculturele samenleving hebben bijgedragen, ook binnen de politie. Volgens haar is het tijd voor een duidelijke koerswijziging en “orde op zaken”, te beginnen bij de politieorganisatie.

Interruptiedebat over verantwoordelijkheid

In het interruptiedebat werd de spreker bevraagd op wat haar partij de afgelopen jaren concreet heeft gedaan om de problemen die zij schetst op te lossen. Zij verwees daarbij naar de rol van de VVD op het terrein van Justitie en Veiligheid en stelde dat die partij daar verantwoordelijkheid draagt.

De collega vroeg vervolgens of dit betekent dat de PVV, ondanks zetelaantal en bewindspersonen, geen invloed heeft gehad op Justitie en Veiligheid. De spreker antwoordde dat zij niet kan ingaan op wat in de ministerraad is besproken, maar dat er wel degelijk gesprekken zijn gevoerd. De collega concludeerde dat het niet beide waar kan zijn: óf er zijn resultaten te benoemen, óf de verantwoordelijkheid ligt volledig bij de VVD. De spreker raadde aan het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma te vergelijken met het PVV-verkiezingsprogramma en stelde dat de VVD-collega die vragen beter kan beantwoorden.

Back to top button

Adblock Detected

DISABLE ADBLOCK TO VIEW THIS CONTENT!