OM maakt eis tegen Ali B. bekend
De tweede zittingsdag van het hoger beroep in de zedenzaak tegen Ali B. heeft een belangrijke wending gekregen. Het Openbaar Ministerie heeft tijdens de zitting officieel de strafeis bekendgemaakt en eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden voor in totaal twee verkrachtingen.
Daarmee ligt de eis hoger dan de eerdere veroordeling uit 2024, toen de rapper werd veroordeeld tot 24 maanden celstraf. Het OM wil nu dat daar zes maanden bijkomen.
Lagere eis dan aanvankelijk gepland
Opvallend is dat het Openbaar Ministerie aanvankelijk van plan was om 36 maanden gevangenisstraf te eisen. Uiteindelijk is de eis verlaagd naar 30 maanden, omdat één van de aanklachten volgens justitie niet juridisch bewezen kan worden.
Het gaat om de vermeende aanranding van Jill Helena. Hoewel het OM haar verklaring als overtuigend en geloofwaardig beschouwt, ontbreekt volgens justitie voldoende ondersteunend bewijs om tot een veroordeling te komen.
Daarom heeft het OM in hoger beroep besloten om vrijspraak te vragen voor dit onderdeel van de zaak.
Verklaringen geloofwaardig, maar onvoldoende bewijs
Tijdens het requisitoir benadrukte het OM dat de verklaringen van Jill Helena consistent en geloofwaardig zijn. Toch is er volgens justitie in hoger beroep geen nieuw bewijs naar voren gekomen dat de beschuldigingen juridisch voldoende ondersteunt.
Een belangrijke factor in deze beoordeling is dat Jill Helena niet direct na het incident melding heeft gedaan. Pas later zou zij haar moeder hebben verteld wat er volgens haar was gebeurd.
Volgens het OM maakt dit het lastiger om te voldoen aan de strenge bewijseisen die in strafzaken gelden. Hierdoor is justitie tot de conclusie gekomen dat vrijspraak in deze specifieke zaak juridisch de juiste beslissing is.
Deze koerswijziging is opvallend, omdat het Openbaar Ministerie in 2024 nog van mening was dat er voldoende bewijs was om Ali B. ook voor deze aanranding te veroordelen.
Andere beschuldigingen blijven overeind
Hoewel de vrijspraak in de zaak rond Jill Helena een meevaller lijkt voor Ali B., blijft het grootste deel van de aanklachten overeind. Het Openbaar Ministerie stelt namelijk dat er wel voldoende bewijs is voor twee verkrachtingen.
Volgens justitie staat vast dat Ali B. zowel Naomi als Ellen ten Damme heeft verkracht.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat justitie overtuigd is van de betrouwbaarheid van de verklaringen en de ondersteunende bewijselementen in deze zaken.
Ali B. zelf reageerde tijdens de zitting nauwelijks op de ontwikkelingen. Er was volgens aanwezigen geen zichtbare opluchting te zien toen het OM vrijspraak vroeg voor de zaak rond Jill Helena, wat mogelijk te maken heeft met de zware strafeis die nog steeds boven zijn hoofd hangt.
Kritiek van advocaat Sébas Diekstra
De beslissing van het Openbaar Ministerie om vrijspraak te vragen voor de zaak rond Jill Helena leidde tot kritische reacties van Sébas Diekstra, de advocaat die haar bijstaat.
Diekstra noemt de gewijzigde eis opmerkelijk en stelt dat er volgens hem weinig veranderd is aan het beschikbare bewijs sinds het begin van de zaak. Hij wijst erop dat de verklaring van Jill Helena eerder als betrouwbaar is beoordeeld en dat deze volgens hem wordt ondersteund door andere verklaringen en terugkerende patronen in de zaak.
Volgens Diekstra roept het vragen op dat het Openbaar Ministerie nu tot een andere conclusie komt dan in 2024. Hij vindt dat deze verandering goed moet worden uitgelegd, omdat het voor slachtoffers belangrijk is dat hun verklaringen serieus en consistent worden beoordeeld.
Belangrijke fase in het hoger beroep
Met de strafeis van 30 maanden celstraf is het hoger beroep in een cruciale fase beland. De rechtbank moet nu beoordelen in hoeverre het bewijs voldoende is om tot een veroordeling te komen en of de eis van het Openbaar Ministerie wordt gevolgd.
Voor Ali B., die altijd heeft volgehouden onschuldig te zijn, staat er veel op het spel. Zijn verdediging pleit voor vrijspraak, terwijl het OM juist een zwaardere straf wil dan in de eerdere uitspraak.
De komende zittingsdagen zullen bepalend zijn voor de uiteindelijke uitspraak van het hof en voor de vraag of de straf van de rapper wordt verhoogd, verlaagd of volledig wordt geschrapt.




