Explosie in Den Haag: Mona Keijzer maakt gehakt van plannen Jetten – ‘Dit slaat nergens op!’
Kritiek op nieuwe zorgplannen: zorgen over ouderenzorg en langdurige zorg
Tijdens het parlementaire debat over de begroting voor 2026 heeft een Kamerlid stevige kritiek geuit op de plannen van het nieuwe kabinet voor de zorg. Volgens haar lijken de huidige beleidskeuzes sterk op de hervormingen en bezuinigingen die eerder werden doorgevoerd rond 2013 en 2014. Die periode werd gekenmerkt door ingrijpende veranderingen in de langdurige zorg, waartegen destijds meerdere partijen gezamenlijk verzet boden.
Volgens de spreker lijkt het huidige coalitieakkoord opnieuw dezelfde richting in te slaan. Terwijl in politieke communicatie wordt gesproken over toegankelijke zorg, toekomstbestendige investeringen en goede ouderenzorg, ziet zij in de praktijk vooral een pakket aan maatregelen dat opnieuw leidt tot bezuinigingen en druk op het zorgsysteem.
Verschil tussen politieke taal en praktische gevolgen
Het Kamerlid verwijst naar uitspraken van de nieuwe minister voor langdurige zorg, die bij haar aantreden aangaf zich te willen inzetten voor “liefdevolle zorg”. Volgens de spreker staat die boodschap echter haaks op de inhoud van het coalitieakkoord.
In het akkoord wordt benadrukt dat zorg betaalbaar moet blijven en dat investeringen verstandig moeten worden ingezet. Maar volgens de kritiek verhult deze taal dat er in werkelijkheid harde keuzes worden gemaakt die grote gevolgen kunnen hebben voor kwetsbare groepen.
De maatregelen zouden vooral ouderen, chronisch zieken, mantelzorgers en zorgverleners raken. Zorgverleners worden daarbij geconfronteerd met een moeilijke positie: zij zien volgens de spreker dat zij niet altijd de zorg kunnen leveren die patiënten eigenlijk nodig hebben.
Zorgvraag kan afnemen door financiële drempels
Een belangrijk risico dat wordt genoemd is dat mensen mogelijk minder zorg gaan aanvragen. Niet omdat ze die zorg niet nodig hebben, maar omdat ze denken dat ze deze niet kunnen betalen of omdat ze verwachten dat het systeem hen onvoldoende kan ondersteunen.
Dat zou volgens de spreker leiden tot een situatie waarin mensen met een duidelijke zorgbehoefte uiteindelijk geen gebruik maken van noodzakelijke ondersteuning.
Hervormingen uit het verleden: evaluatie door het SCP
De spreker verwijst ook naar een evaluatie uit 2018 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), waarin werd onderzocht hoe eerdere hervormingen in de langdurige zorg hebben uitgepakt. Uit die analyse kwamen meerdere belangrijke conclusies naar voren.
Ten eerste werd er meer nadruk gelegd op zelfredzaamheid en eigen regie, maar niet alle cliënten zijn in staat om hun zorg zelfstandig te organiseren. Vooral kwetsbare groepen blijven afhankelijk van professionele ondersteuning.
Daarnaast bleek dat participatie in zorgbeslissingen wel mogelijk is, maar alleen voor mensen die daartoe voldoende in staat zijn. Voor mensen met zware zorgbehoeften, zoals chronisch zieken of mensen met dementie, blijkt dit in de praktijk vaak moeilijk.
Ook werd vastgesteld dat de kwaliteit van leven voor kwetsbare groepen niet altijd verbeterde na de hervormingen. Terwijl kostenbeheersing wel gedeeltelijk werd bereikt, blijven de uitgaven aan zorg stijgen door de vergrijzing van de bevolking.
Vergrijzing vergroot druk op zorgsysteem
De spreker wijst erop dat Nederland de komende jaren te maken krijgt met een sterke toename van het aantal ouderen. Rond 2030 zullen er naar verwachting ongeveer 1,5 miljoen mensen van 75 jaar en ouder zijn. Tegen 2040 kan dat aantal oplopen tot bijna 2 miljoen.
Deze groeiende groep ouderen heeft behoefte aan passende woonvormen, zoals kleinere woningen met zorgvoorzieningen en gemeenschappelijke ruimtes waar ontmoeting mogelijk is.
Volgens de spreker is het daarom een gemiste kans dat eerder geplande investeringen in ouderenzorg en woonvoorzieningen zijn geschrapt. Het ging hierbij om een structureel budget van ongeveer 470 miljoen euro.
Gebrek aan geschikte woningen voor ouderen
Door het ontbreken van voldoende passende woonvormen blijven veel ouderen wonen in huizen die eigenlijk niet geschikt zijn voor hun zorgbehoeften. Vaak zijn deze woningen te groot of moeilijk toegankelijk wanneer iemand lichamelijke beperkingen krijgt.
Daarnaast kan het gebrek aan geschikte woonomgevingen leiden tot sociale isolatie, omdat ontmoetingsplekken en zorgvoorzieningen verder weg liggen.
Volgens de spreker kan een relatief klein budget voor wijkversterking – ongeveer 40 miljoen euro per jaar – dit probleem niet oplossen.
Problemen in ziekenhuizen door gebrek aan doorstroming
Een ander probleem dat tijdens het debat werd genoemd, is de situatie in ziekenhuizen. Veel ouderen blijven langer in een ziekenhuisbed liggen dan medisch noodzakelijk is.
Dit gebeurt vaak wanneer iemand te veel zorg nodig heeft om direct naar huis terug te keren, maar tegelijkertijd niet voldoet aan de criteria voor langdurige opname in een zorginstelling.
Volgens zorgprofessionals, zoals transferverpleegkundigen, leidt dit tot een moeilijke situatie voor zowel patiënten als ziekenhuizen. Bedden blijven bezet terwijl patiënten eigenlijk een andere vorm van zorg nodig hebben.
Vragen aan de minister
Aan het einde van haar bijdrage stelde het Kamerlid twee centrale vragen aan de minister:
- Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat ouderen kunnen verhuizen naar passende woningen met zorgvoorzieningen?
- Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat ouderen onnodig in ziekenhuisbedden blijven liggen?
Volgens de spreker zijn deze vragen cruciaal om te voorkomen dat de druk op zowel de zorg als de ouderenzorg verder toeneemt.
Breder debat over keuzes in het zorgbeleid
Tot slot stelde het Kamerlid dat veel van de beleidskeuzes in het coalitieakkoord voortkomen uit financiële modellen en begrotingsafwegingen. Volgens haar bestaat het risico dat economische berekeningen belangrijker worden dan de vraag of de zorg daadwerkelijk beter wordt voor patiënten.
De kern van haar kritiek is dat zorgbeleid niet alleen moet worden beoordeeld op kostenbeheersing, maar ook op de vraag of het de gezondheid en het welzijn van de bevolking daadwerkelijk verbetert.
Het debat over de begroting markeert daarmee het begin van een bredere discussie over de toekomst van de Nederlandse zorg en hoe het land zich wil voorbereiden op een snel vergrijzende samenleving.




