Van Meijeren haalt hard uit naar Yesilgöz over Demmink—‘Dat weet je dondersgoed’
Tijdens een kort debat in de Tweede Kamer over seksueel geweld en kindermisbruik liep de spanning snel op toen Kamerlid Van Meijeren (FvD) vragen stelde over de vermeende “onafhankelijkheid” van een onderzoek dat eerder door de Kamer was verzocht.
De voorzitter maakte aan het begin van het debat duidelijk dat hij niet opnieuw het debat wilde voeren dat al eerder in een commissievergadering had plaatsgevonden, en verzocht het Kamerlid zich te beperken tot één nieuwe, beknopte vraag.
Van Meijeren: ‘De Kamer wilde een onafhankelijk onderzoek, maar dat is er niet’
Van Meijeren betoogde dat de Tweede Kamer had gevraagd om een onafhankelijk onderzoek, maar dat daar volgens hem in de praktijk geen sprake van was. Hij somde een aantal punten op die volgens hem wijzen op vergaande controle door het ministerie van Justitie over de onderzoekscommissie:
-
De minister van Justitie heeft de commissie zelf ingesteld.
-
De minister heeft de voorzitter en leden benoemd.
-
De minister heeft de bevoegdheid om leden te schorsen of te ontslaan.
-
De commissieleden worden betaald door het ministerie.
-
Zowel het plan van aanpak als de onderzoeksresultaten moeten eerst aan de minister worden voorgelegd.
Volgens Van Meijeren hebben slachtoffers aangegeven niet te willen meewerken vanwege deze vermeende gebrek aan onafhankelijkheid.
Daarop stelde hij de kernvraag: als de minister ervan overtuigd is dat het rapport klopt, waarom wordt dan “alles op alles gezet” om een écht onafhankelijk onderzoek te voorkomen, terwijl zo’n onderzoek juist een kans zou zijn om geruchten te ontkrachten als die onjuist zijn?
Minister: ‘Eerst geruchten verspreiden en mij dan vragen ze te ontkrachten’
De minister reageerde fel en stelde dat Van Meijeren vrijwel letterlijk zijn eerdere inbreng uit de commissievergadering herhaalde. Volgens haar hanteerde hij de werkwijze waarbij iemand zelf een gerucht of complot introduceert en vervolgens eist dat een ander het ontkracht.
Zij benadrukte twee punten:
-
De Kamer was volledig betrokken bij de opzet van het onderzoek.
-
Zij accepteert niet dat mensen worden gediskwalificeerd op basis van gevoelens en suggesties.
Daarnaast waarschuwde de minister dat deze manier van spreken ertoe kan leiden dat slachtoffers zich onveilig voelen bij politie, justitie en hulpverlening.
Escalatie rond commissievoorzitter Hendriks
Van Meijeren noemde vervolgens expliciet commissievoorzitter Hendriks en stelde dat deze zich in het verleden publiekelijk zou hebben uitgesproken over het legaliseren van het bezit van kinderporno (volgens zijn zeggen). Juist daarom zouden slachtoffers hebben aangegeven niet met de commissie te willen samenwerken.
Hij noemde de opzet van het onderzoek “onacceptabel” en “krankzinnig” en suggereerde dat het vasthouden van de minister aan deze werkwijze de vraag oproept of zij iets te verbergen heeft.
Minister verontwaardigd: ‘U schaadt slachtoffers voor een paar stemmen’
De minister reageerde scherp op de suggestie dat zij iets te verbergen zou hebben en noemde die uitspraak ongepast en ernstig. Zij gaf aan die beschuldiging voor rekening van Van Meijeren te laten.
Verder verweet zij hem dat hij iemand beschuldigt die niet aanwezig is en zich niet kan verdedigen, en dat hij beschuldigingen herhaalt zonder enig bewijs. Volgens haar ondermijnt dit het vertrouwen van slachtoffers in de rechtsstaat.
Voorzitter grijpt in en sluit debat
De voorzitter herinnerde meerdere keren aan het feit dat dit een twee-minutendebat betrof en geen voortzetting van het commissiedebat van de week ervoor. Hij gaf aan Van Meijeren geen verdere ruimte te bieden om het debat voort te zetten.
Van Meijeren vroeg daarop het woord voor een persoonlijk feit en stelde dat hij door de minister werd beschuldigd van het verspreiden van complottheorieën en het schaden van slachtoffers, terwijl hij naar eigen zeggen op feiten was gebaseerd. Hij verzocht de minister deze uitspraken te onderbouwen of in te trekken.
De voorzitter oordeelde dat dit geen persoonlijk feit betrof in parlementaire zin en beëindigde daarmee het korte debat over seksueel geweld en kindermisbruik.




