Explosie in Den Haag: Annabel Nanninga schiet linkse chaos aan flarden – ‘Ik ben die ellende spuugzat!’
JA21 betuigt medeleven na aanslag in Australië
Tijdens het debat sprak mevrouw Nanninga (JA21) haar diepe medeleven uit met de slachtoffers, nabestaanden en gewonden van de recente aanslag in Australië. Daarnaast benadrukte zij dat haar medeleven ook uitgaat naar de Joodse gemeenschap wereldwijd, omdat de aanslag volgens haar nadrukkelijk tegen hen was gericht.
Volgens Nanninga laat deze gebeurtenis zien wat zij noemt het gevolg van geglobaliseerde haatideologieën, die volgens haar ook aan universiteiten worden verspreid door onwetenden en kwaadwillenden.
Radicalisering als voedingsbodem voor geweld
De dader van de aanslag in Bondi Beach handelde volgens Nanninga niet impulsief. Zij stelde dat er sprake was van een langdurig radicaliseringsproces. De man zou eerder zijn gesignaleerd bij anti-Israël-demonstraties en stond volgens haar al langer onder observatie.
Zij legde daarbij een verband met gebeurtenissen in Nederland. Op dezelfde dag zou bij het Concertgebouw een woedende menigte soortgelijke leuzen hebben gescandeerd. Collega Derk Boswijk was daar volgens haar aanwezig en zag spandoeken waarop de pogrom van 7 oktober werd verheerlijkt.
Kritiek op politieoptreden bij demonstratie
Nanninga uitte stevige kritiek op het politieoptreden. Volgens haar werden twee journalisten, Schut en Oldhof, door de politie afgevoerd, terwijl demonstranten die hen met de dood zouden hebben bedreigd ongemoeid bleven. Zij vroeg de minister expliciet of hij hiervan afstand wilde nemen en wat er in de toekomst gedaan wordt om dit soort situaties te voorkomen.
Reactie van de minister
De minister gaf aan dat het optreden van de politie ten aanzien van journalisten kritisch geëvalueerd zal worden. Hij benadrukte dat journalisten in Nederland vrij hun werk moeten kunnen doen. Tegelijkertijd waarschuwde hij tegen het te snel trekken van conclusies voordat alle feiten bekend zijn.
Daarnaast stelde de minister dat het bagatelliseren of bedreigen van de Joodse gemeenschap volstrekt onacceptabel is. Hij wees erop dat de wetgeving inmiddels voorziet in strafverzwarende gronden bij discriminatoire uitingen en bij het verheerlijken van historische gruweldaden zoals de Holocaust.
Vervolgvraag over direct gevaar
In een vervolgvraag vroeg Nanninga of het verheerlijken van de pogrom van 7 oktober, door dit als ‘legitiem verzet’ te bestempelen, volgens de minister geen direct gevaar vormt voor de Joodse gemeenschap en mogelijk aanzet tot geweld.
De minister antwoordde dat oproepen tot pogroms of vergelijkbaar geweld volstrekt worden afgekeurd. Verwijzingen naar de Holocaust noemde hij van “diepe treurnis”. Hij benadrukte opnieuw dat politie en Openbaar Ministerie beschikken over wettelijke middelen om hiertegen op te treden wanneer grenzen worden overschreden.




